Nieuwe uitleg NEa rondom ERE-regeling voor thuisladers: wat betekent dit voor jou met zonnepanelen?
Sinds begin 2026 kunnen elektrische rijders via de ERE-regeling (Emissiereductie-eenheden) geld verdienen met het thuisladen van hun auto. De hoeveelheid stroom die het laadstation registreerde, leek hierbij het eenduidige uitgangspunt. Eind oktober heeft de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) echter een aanvullende uitleg gepubliceerd die grote gevolgen heeft voor huishoudens met zonnepanelen.

De inboekdienstverleners, waaronder Joulo, brachten dit nieuws naar buiten nadat de NEa een nieuwe vraag-en-antwoordpagina online zette. Wat is er precies veranderd, hoe zit de vork in de steel en wat betekent dit in de praktijk voor jouw ERE-vergoeding?
Wat heeft de NEa precies bepaald?
De NEa hanteert vanaf nu een streng netto-plafond voor het aantal kilowattuur (kWh) dat voor ERE’s mag worden ingeboekt:
- De jaarlijkse nettoafname als bovengrens: Particulieren mogen per kalenderjaar niet meer elektriciteit laten inboeken dan ze netto van het elektriciteitsnet hebben afgenomen.
- Aftrek van teruglevering: Jouw totale teruggeleverde stroom wordt volledig afgetrokken van de elektriciteit die je van het net hebt afgenomen.
- Het landelijke aandeel blijft gelijk: Voor particulieren geldt altijd het landelijke gemiddelde aandeel hernieuwbare elektriciteit (in 2026 is dit 50,5%). Zelfs wanneer je de auto rechtstreeks oplaadt met je eigen zonnestroom, mag die stroom niet apart als 100% hernieuwbaar worden opgevoerd.
Een rekenvoorbeeld van de NEa
Stel, je laadt in een jaar 3.000 kWh in je elektrische auto. Je huishouden neemt daarbovenop 2.500 kWh af van het net, maar je levert ook 500 kWh terug op het net.
- Je nettoafname is dan: 2.500 kWh (afname) - 500 kWh (teruglevering) = 2.000 kWh.
- Hoewel je laadpaal netjes 3.000 kWh registreert, mag je slechts 2.000 kWh laten inboeken. Een volle derde van je laadvolume valt hierdoor buiten de boot.
Waarom zorgt dit voor opschudding?
De onrust in de markt is groot omdat deze restrictie niet letterlijk zo in de oorspronkelijke wet, het Besluit energie vervoer of de Regeling energie vervoer staat. Daar werd altijd uitgegaan van de werkelijke kWh-meting op het laadpunt zelf (de MID-meter in het laadstation).
Inboekdienstverleners en consumentenplatformen wijzen op een aantal opmerkelijke nadelen van deze interpretatie:
- Geen rekening met het laadmoment: De berekening kijkt puur naar de jaarbalans van je hele woning. Wie zijn auto netjes ’s nachts met netstroom oplaadt, kan door de zonnepanelen overdag alsnog minder ERE’s ontvangen.
- Thuisbatterijen lossen het niet op: Een thuisbatterij verandert niets aan deze optelsom. Stroom die je accu overdag opslaat en ’s avonds in de auto stopt, komt immers niet van het net.
- Omgekeerd effect: Huishoudens die fors investeren in verduurzaming (zoals zonnepanelen) worden in deze regeling indirect gekort op hun voordeel ten opzichte van huishoudens zonder zonnepanelen.
Waarom de juiste keuze van je laadstation nu nóg belangrijker wordt
Met de komst van deze regeling, en in het licht van het langzaam verdwijnen van de salderingsregeling, wordt het belang van optimaal zelfverbruik groter dan ooit. Als je overtollige zonnestroom teruglevert aan het net, wordt dat volume straks immers direct afgetrokken van je ERE-opbrengst. En dat terwijl je diezelfde zonne-energie misschien direct in je auto had kunnen laden als je installatie daar slim op is ingericht.
Hier komt de techniek van het laadstation om de hoek kijken. Er zit namelijk enorm veel verschil in hoe laadstations technisch zijn opgebouwd:
- Het gevaar van aannames bij fasewisseling: Veel fabrikanten claimen dat ze mixed phase charging (gemengd laden / automatisch schakelen tussen 1 en 3 fasen) ondersteunen, maar in de praktijk werkt dit per merk fundamenteel anders. Sommige laders schakelen te abrupt of kijken verkeerd naar de opwek.
- De kracht van slim en feilloos schakelen: Een kwalitatief hoogwaardig laadstation moet nauwkeurig kunnen wachten op beschikbare zonnestroom, op de juiste momenten kunnen starten op 1 fase (rekening houdend met de opwek over alle drie de fasen tegelijk in plaats van blind te staren op slechts één fase), en naadloos kunnen opschalen.
Met de juiste hardware voorkom je dat je kostbare zonne-energie nodeloos het net op terugvloeit (wat je ERE-vergoeding drukt), en maximaliseer je direct je rendement.
Wat betekent dit concreet voor jou?
Niet iedere elektrische rijder met zonnepanelen merkt hier direct de gevolgen van. Wie over het hele jaar netto meer stroom van het net afneemt dan de auto verbruikt, kan nog steeds het volledige laadvolume laten inboeken.
Heb je echter een flink zonnepanelensysteem op het dak liggen en lever je op jaarbasis relatief veel terug ten opzichte van wat je van het net afneemt? Dan kun je een aanzienlijk deel van je verwachte ERE-vergoeding mislopen.
- Zonder warmtepomp: Uit cijfers van inboekdienstverleners blijkt dat vier op de vijf huishoudens met zonnepanelen tegen dit plafond aanlopen (gemiddeld zo’n 1.500 kWh per jaar minder meetbaar, goed voor pakweg € 150 tot € 200 minder inkomsten per jaar).
- Met een warmtepomp: Hier is de impact vaak kleiner, omdat het huishouden zelf al een flink deel van de stroom verbruikt, al wordt alsnog ruim een kwart van deze groep geraakt.
- Groot zonnepanelensysteem en laag netverbruik: Wie veel panelen heeft en nog op gas stookt, kan in de vervelende situatie komen dat er door de verrekening van de teruglevering nagenoeg geen inboekbaar volume meer overblijft.
De rol van Satero: geen invloed op landelijke wet- en regelgeving
Als leverancier en installateur van laadstations en thuisbatterijen begrijpen wij de frustratie over deze landelijke ontwikkelingen volkomen. Wij leveren en installeren hardware (zoals de slimme systemen van V2C en Nexblue) die technisch volledig voldoet aan alle wettelijke normen en MID-certificeringen, en die zijn ontworpen om zonne-energie zo slim mogelijk te benutten.
Het is echter belangrijk om te benadrukken dat Satero hier absoluut geen enkele invloed op heeft of heeft kunnen uitoefenen. De ERE-regeling, de invulling daarvan door de Nederlandse Emissieautoriteit (NEa) en de gehanteerde berekeningsmethodes van inboekdienstverleners zijn volledig het gevolg van landelijk overheidsbeleid en landelijke wetgeving. Wij hebben als installateur geen zeggenschap over hoe de overheid of inboekpartijen achteraf omgaan met deze regelingen.
Hoe nu verder?
De discussie over de juridische onderbouwing van dit ‘netto-plafond’ loopt volop tussen inboekdienstverleners, de NEa en het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Er wordt door marktpartijen aangedrongen op helderheid en een heroverweging, omdat de regeling in de praktijk haaks lijkt te staan op het stimuleren van groen rijden.
Omdat de NEa het register activeert en de regel met terugwerkende kracht over het volledige kalenderjaar van 2026 toepast, moeten inboekdienstverleners deze grens in acht nemen bij het verwerken van de aanvragen.
Neem gerust contact met ons op; we denken in de praktijk heel graag met je mee!